Bomenshop:   Online bomen - en plantenshop Nederlands 
Home
 Bestelprocedure   Bestelvoorwaarden   Contact   Kortingen   Winkelwagen 
Producten
  Fruitbomen
  Bolbomen
  Treurbomen
  Sierbomen
  Leibomen
  Sierheesters
  Haagplanten
  Coniferen
  Klimplanten
  Bodembedekkers
  Bosgoed
 
Extra
  Planten
  Groen op het web
  Route
  Prijsoverzicht
  Vakmanschap
  Rooien
  Foto's
  Fruitbomen: Bestuivingen
 
  Winkelwagen

 

Planten
Planten

Plant een boom of struik als het volgt. Graaf een zeer ruim plantgat ongeveer 30 tot 35 cm,spit de bodem daarvan goed los (1 spade diep) en bekijk of het wortelgestel of kluit er goed in past.
Na het eventueel boren van gaten voor boompalen kan de boom worden geplant.
Zorg ervoor dat de boom uiteindelijk op dezelfde hoogte ten opzichte van het maaiveld komt te staan als op de kwekerij. Een verkleuring van de stam helpt meestal om die plaats te bepalen.
Plaats de boom in het plantgat (eventueel houdt een ander persoon de boom vast),
Vul de het plantgat op met aarde en zorg dat die goed tussen de wortels komt(eventueel door inspoeling met water)Vul de kuil royaal en trap de grond uiteindelijk voorzichtig aan. Door tijdig aandrukken van de ingebrachte grond zal worden voorkomen dat de boom na het planten nog verzakt,daardoor te diep komt te staan en bij het gebruik van boompalen en banden zich min of meer gaat verhangen.
Met een emmer water spoelt u de aarde goed in tijdens het aanvullen.
Bevestig eventueel de boomband losjes rond de stam en spijker het rubber vast aan de paal.
Houd een stuk aarde, bijvoorbeeld één meter rond de stam,de eerste groeiseizoenen vrij van begroeiing, die met boomwortels zou kunnen concurreren.


Gebruik van boompalen

Al naar gelang het boomformaat worden bij de boom één,twee of drie boompalen geplaatst.
In veel gevallen wordt vaak één zware boompaal langs de stam geplaatst. Het nadeel daarvan is dat bij wind de jonge boom toch nog teveel in beweging komt, waardoor ook de wortels mee bewegen in de bodem.
Een ideaalbeeld wordt verkregen door de drie boompalen vlak onder de boombanden door drie dwarslatten met elkaar te verbinden.
Met een dergelijke voorziening kan een jong wortelgestel zich ongestoord ontwikkelen.


Watervoorzienning bij zwaardere bomen

Een goede methode is om de overtollige grond rondom de pas aangeplante boom als een dijkje van 10 tot 12 cm hoog te zetten. Die gietrand moet dan in doorsnee, minstens 2maal zo breed zijn als de wortelkluit.
Het van het jonge loof afdruipende hemelwater blijft dan binnen bereik van de wortel.
Tevens is het nodig om de jonge boom meteen na het planten in het voorjaar binnen de gietrand te bewateren.
Daardoor spoelt de verse grond ook beter tussen de wortels en bevordert een betere verankering.
Vooral in de schrale droge voorjaarsperiode van april tot mei moet dit meermalen per week gebeuren.